Brioche is zacht zoet witbrood dat oorspronkelijk uit Frankrijk komt, afgeleid van het Franse ‘brier’ dat ‘tot deeg kneden’ betekent. De volmaakte brioche is een subtiel evenwicht tussen een vochtig mondgevoel en een volle boterachtige smaak. Het is zo licht en luchtig met een zachte textuur, dat het eigenlijk niet echt brood is maar eerder een cake. Voor brioche worden extra suiker, eieren en roomboter gebruikt, het is vrij lang houdbaar en kan ook voor allerlei gebak gebruikt worden.

De originele brioche bestaat uit een grote bol, met daarop een kleiner bolletje, maar er worden ook kleine bolletjes, taartvormen of langwerpige broden van gemaakt. Vaak is dit wittebrood lichtgeel gekleurd met caroteen, en op smaak gebracht met vanille.

Traditioneel worden brioches gebakken in kleine geribbelde rondes met een andere kleinere ronde van brioche bovenop. Tegenwoordig komen ze in vele andere vormen voor, bijvoorbeeld gevlochten of in cakevorm. De brioche komt in heel Europa voor volgens vele recepten met dezelfde basisingrediƫnten: meel, boter, eieren, gist of zuurdesem, melk of room, water en zout.
Omdat koud briochedeeg gemakkelijker te verwerken is laat men het deeg vaakvertraagd rijzen bij kamertemperatuur. De brioche wordt gestreken met ei.