Suiker is een smaakmaker bij uitstek. Het is een belangrijk ingrediënt in banketproducten en heeft afhankelijk van de korrelgrootte en de kristalsterkte een andere werking.

Poedersuiker:
Bij de tot poeder gemalen kristalsuiker is de totale oppervlakte van de ‘suikerstofdeeltjes’ groter en wordt daarom als zoeter ervaren. Geschikt voor sommige soorten chocolade en roomijs.

Invertsuiker:
Bestaat uit gelijke hoeveelheden glucose en fructose en wordt meestal gebruikt als een oplossing: invertsuikerstroop. Het maakt koekjes harder.

Fijne kristalsuiker of castorsuiker:
Lost goed op in ei omdat hier water in zit. Geschikt voor sommige soorten beslag en schuimproducten. Het lost snel op en draagt bij aan het in standhouden van het schuim.

Basterdsuiker:
Om vetstof luchtig te kloppen, lost gemakkelijker op dan kristalsuiker. 

Kristalsuiker of melissuiker:
Voor een goede werking in producten zoals rondo’s en kano’s. In het deeg ontstaat tijdens bakken een bruisend stroopje ter plekke van het smeltende suikerdeeltje dat de structuur weg duwt. Poedersuikerdeeltjes zijn hiervoor te klein, grotere suikerkristallen smelten wel iets, maar geven onvoldoende werking.

Decoratiesuiker:
Chips, nibs, suikerhagel, suikerparels en greinsuiker zijn suikersoorten met grotere kristallen voor decoratie op korstdeegproducten, op sommige soorten koekjes, of als klontjes in gebak of suikerbrood.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag