Desembrood wordt in de volksmond vaak zuurdesembrood genoemd, omdat desem zuur geworden deeg is. Dit brood ligt aan de basis van alle huidige broodsoorten en werd ongeveer 1500 jaar voor Christus op deze manier gebakken, met zuurdesem als rijsmiddel. Tot aan de 19e eeuw is altijd desembrood gebakken, pas vanaf die tijd is gist als rijsmiddel ontdekt. In het Frans noemen ze desem levain, Engelsen noemen het sourdough, Spanjaarden madre en Duitsers Sauerteig.
Het bereiden van desembrood is een langdurig proces omdat het maken van het zuurdesem uit bloem en water enkele dagen duurt. Dan ontstaat er een zetsel, starter of voordeeg, dat in een kleine hoeveelheid als rijsmiddel gebruikt wordt bij het bereiden van desembrood.
Door het zuurdesem krijgt brood een onderscheidende smaak, die afhangt van het soort zuurdesem, dat uit verschillende micro-organismen bestaat. Deze bacteriƫn en schimmels zorgen voor de vorming van bellen koolzuurgas die het brood zijn luchtige structuur geven tijdens het bakken.
Desembrood heeft een langere rijstijd nodig dan gist, is steviger en heeft een bijzondere, volle, rijpe, soms wat zure smaak.
Zuurdesembrood is langer houdbaar, zeker als het aan stuk bewaard wordt.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag