Een zanddeeg wordt gemaakt van tarwebloem, boter en suiker en vormt de basis voor vele soorten koekjes, stukwerk en gebak.
De naam zanddeeg is afgeleid van de hoedanigheid van het gebakken deeg dat na het bakken weinig aan elkaar vastkleeft en gemakkelijk uit elkaar valt. Deze producten zijn wat ‘zanderig’.  Vroeger heette zanddeeg boterdeeg. Die naam had te maken had met de in het deeg verwerkte vetstof. Het gaf aan dat er echte boter in werd gebruikt en geen margarine. De producten ervan heten boterkoekjes.
De bereiding en verwerking van zanddegen kan via een kruimeldeeg, een roerdeeg of een wrijfdeeg.
Aan het basisdeeg kunnen diverse hulpgrondstoffen worden toegevoegd om:

de verwerkbaarheid van het deeg of de bakeigenschappen te beïnvloeden met:

  • Vocht;
  • Chemische rijsmiddelen.

de smaak of kleur van het deeg en de eindproducten te beïnvloeden met:

  • Aroma’s;
  • Aroma’s die ook kleur geven zoals cacaopoeder;
  • Kleurstoffen;
  • Enkelvoudige toevoegingen in het deeg, zoals abrikozen, amandelen, amandelschaafsel, appelparten, cashewnoten, eistrijksel, greinsuiker, hazelnoten, (grove) melissuiker, pinda’s;
  • Samengestelde toevoegingen zoals amandelspijs, beslag, frangipane, gele room, glazuur, kaneelsuiker, noga, jam, victoriabeslag.

Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag