Het droge stof gehalte van een brood is het gewicht dat over blijft van een brood waaruit alle vocht is verdampt in een laboratorium. In het Warenwetbesluit Meel en brood staan de eisen van de hoeveelheid droge stof in een half en een heel brood. Zo moet in Nederland een half brood een droge stof gehalte hebben tussen de 240 en 265 gram. Voor een heel brood is dit tussen de 480 en 530 gram.

Deze gehaltes zijn vastgelegd in de wet om te zorgen dat de voedingswaarde van een brood gelijk is bij alle bakkers. Het eindgewicht van het brood is niet relevant voor de voedingswaarde. Een brood kan op meerdere manieren op een eindgewicht van 800 gram komen. Door bijvoorbeeld meer water en minder meel te gebruiken, krijgt het brood wel het eindgewicht van 800 gram, maar niet de gewenste voedingswaarde. 

Doordat de voedingswaarde van brood uniform is, is het voor consumenten gemakkelijker en objectief om broden te vergelijken. Voor bakkers is het belangrijk om het gehalte droge stof te berekenen. Enerzijds omdat aan de wet moet worden voldaan, anderzijds omdat het gehalte iets zegt over de marge van een product.