Progrès- en tyroliënbeslag zijn twee beslagsoorten op basis van opgeklopt eiwit. Aan deze basis wordt het zogenaamde “drooggemalen” toegevoegd wat het karakter bepaald van het beslag. Het verschil tussen deze twee beslagsoorten zit zich in de noot die wordt gebruikt in het drooggemalen.

Progrès- en tyroliënbeslag worden gemaakt van:

  • Suiker. Een deel suiker is bedoeld voor het opkloppen van het eiwit, een ander deel is onderdeel van het drooggemalen.
  • Eiwit. Het wordt opgeklopt met de suiker en vormt de basis voor het beslag.
  • Amandelen of hazelnoten. Voor progrèsbeslag wordt gebruik gemaakt van droge gepelde fijngemalen amandelen, al kunnen ook schone ongepelde amandelen worden gebruikt. Bij tyroliënbeslag wordt gebruikt gemaakt van fijngemalen hazelnoten. Hiervoor wordt er half hazelnoten en half amandelen of alleen hazelnoten gebruikt.
  • Patentbloem. Deze wordt door het drooggemalen gemengd, zodat een homogeen mengsel ontstaat.
  • Vanille. Eventueel kan vanillesuiker worden toegevoegd als smaakstof.

Producten van progrès- en tyroliënbeslag horen taai te zijn. Ze worden gebruikt in gebakproducten als grote en kleine plakken. Het kan worden gebruikt in gebakstukken waarbij het goed kan worden gecombineerd met moes, crème en bavaroises.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag