Honing is een natuurlijke, vloeibare en zoete substantie, die wordt gemaakt door honingbijen (Apis mellifera). De verouderde term is honig. Honing werd al in de vroege oudheid gebruikt als zoetstof en conserveringsmiddel. Honing bevat alleen enkelvoudige suikers, zoals glucose en fructose.

De kleur en smaak worden bepaald door de oorsprong van de nectar uit de bloemen die de bijen hebben bezocht. De meeste planten en bloemen scheiden nectar af, een suikerhoudende vloeistof. Bijen verzamelen deze nectar, die bestaat uit koolhydraten (glucose, fructose en saccharose) in een waterige oplossing. De bijen zuigen de nectar op, waarna het in de honingmaag terecht komt. In de bijenkast wordt de nectar in de cellen van de honingraat gedeponeerd. Bijen zorgen zelf dat het watergehalte in de nectar wordt teruggebracht tot 20 procent, om te voorkomen dat micro-organismen de suikers omzetten in alcohol en koolstofdioxide. Een imker haalt de honing vervolgens uit de bijenkast door de honingraat open te maken en te slingeren in een centrifuge.

Honing wordt gebruikt in de bereiding van (ontbijt)koek, pepernoten en taaitaai. Vanwege de unieke smaken wordt het ook gebruikt in speciale producten en smaakcomposities. Het kenmerkende honingaroma is duidelijk te herkennen in het eindproduct.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag