De appel (Malus domestica Borkh.) is een boom uit het geslacht Malus, waaraan de bekende vruchten genaamd handappels groeien. Appelbomen groeien voornamelijk op het Noordelijk halfrond vanwege het gematigde klimaat. In Nederland is de handappel een veelvuldig gegeten vrucht. Sinds 10.000 voor Christus werd de appel in Europa in het wild verzameld en in Zuidwest-Azië geteeld sinds 4.000 voor Christus. Het proces van enting is een door Chinezen uitgevonden techniek, waarbij geselecteerde rassen in stand kunnen worden gehouden en gecreëerd.

De handappel is een vrucht die bestaat uit drie lagen. Doordat sommige lagen een geheel vormen, zijn de afzonderlijke lagen moeilijk te herkennen. De appel is een pitvrucht waarbij de pitten in het midden van de vrucht in een klokhuis zijn verzameld. De schil is dun en heeft, afhankelijk van het ras, een groene, gele of rode kleur.

Appels worden veel in de bakkerij gebruikt. Er zijn verschillende vormen waarin de appel voorkomt, zoals gedroogd, vers, in blik en als puree of sap. Per ras heeft de appel zijn eigen kenmerken, wat de geschiktheid bij verwerking bepaald. Handappels worden zowel rauw als gegaard gebruikt en kunnen zowel in de brood- als banketbakkerij worden gebruikt.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag