Een appelbol is een soort appelgebak dat veel in België en Nederland wordt gegeten. De oorsprong ervan is, met name in Nederland, onbekend. In België is het traditie om op Verloren maandag of Verzworen maandag, de maandag na Driekoningen, appelbollen en worstenbroodjes te eten.

De appelbol bestaat uit een hele appel waarbij het klokhuis is uitgeboord en vervolgens is verpakt in korstdeeg. De holte waar eerder het klokhuis zat, wordt opgevuld met kaneelsuiker, amandelspijs of rozijnen die al dan niet in likeur zijn geweld. Om de holte af te sluiten wordt deze vaak gesloten met een kleine hoeveelheid spijs of boter aan beide zijden. Belangrijk is de juiste soort appel te gebruiken. De appel mag niet te veel vocht loslaten en moet zijn stevigheid behouden bij het bakken. Goudreinette, Jonagold en Elstar zijn hiervoor geschikt. Na het omhullen met korstdeeg wordt de appelbol vaak door de suiker gerold of bestreken met ei.

Een appelbol wordt bij voorkeur op de dag van bakken gegeten, waarbij het warm eten ervan de voorkeur heeft bij veel mensen. Door het vocht van de appel zal het korstdeeg zijn knapperigheid gaan verliezen bij te lang bewaren.