Galiameloenen komen, net als andere meloenen, uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae). Ze zijn daarmee eigenlijk een groentesoort in plaats van een fruitsoort, maar worden vanwege de zoete smaak vaak tot het fruit gerekend. De galiameloen is een kruising tussen een suikermeloen en een cantaloupe. Ze zijn ontwikkeld in Israël, maar worden tegenwoordig ook rond het Middellandse Zeegebied en Zuid-Amerika geteeld.

De galiameloen is een ronde vrucht met een groene tot gele kleur. Op de schil zijn lichte ribbels te zien die lijken op kurk. Het vruchtvlees heeft een groen-witte kleur met een kruidige en zoete smaak. In vergelijking met andere meloensoorten bevat de galiameloen in verhouding meer vruchtvlees. Het gewicht ligt doorgaans rond één kilogram. De pitten zitten samen op een plaats en zijn daardoor makkelijk te verwijderen.

Een galiameloen is rijp wanneer deze zoet ruikt en aan de onderkant meegeeft bij zacht indrukken. De vruchten worden het beste op kamertemperatuur bewaard, tenzij ze zijn gesneden, omdat de kou het narijpingsproces verstoord. Ze zijn minder waterrijk als watermeloenen en zijn daarom geschikt voor het decoreren van producten. Verder kan het worden gebruikt als basis of vulling in banketproducten en ijs.