Sodabrood komt uit Ierland, waar een andere baktraditie heerst in vergelijking met Groot-Brittannië of Nederland. De Ieren hadden geen ingebouwde oven in de huizen, waardoor brood werd gebakken in een grillpan boven het vuur of in een bastable, een soort braadpan die in gloeiende as werd gezet. Zelfs na de intrede van het fornuis bleven deze bakmethodes populair. Daarnaast had dubbelkoolzure soda als rijsmiddel de voorkeur tegenover gist.

Het sodabrood bevat een zachte bloem- of meelsoort met een lager glutengehalte dat vergelijkbaar is met cake of banketbloem. Dit komt doordat de Iers bloem van nature een zachtere kwaliteite heeft. Vanwege de chemische rijsmiddelen moet er ook een zuur worden toegevoegd aan het deeg, wat in de meeste gevallen karnemelk is. Wijnsteenzuur of zelfs stout worden tegenwoordig ook wel aan het deeg toegevoegd voor de juiste zuurtegraad.

Er zijn verschillende soorten sodabrood, waarbij vrijwel alle bakkers een ander recept hebben. Veelvoorkomende soorten zijn wit, volkoren en haver sodabrood. Het sodabrood heeft traditioneel een ronde vorm wat wordt gekenmerkt door een ingekerfd kruis. Door het brood in vieren te snijden, voor of na het bakken, ontstaan soda farls.