De mango (Mangifera indica) is een groenblijvende boom van maximaal 40 meter uit het Mangifera geslacht. De boom levert de gelijknamige vrucht, die na de banaan is het een van de belangrijkste fruitsoorten uit de tropen is. De boom is afkomstig uit de bossen in het noordoosten van India en Zuidoost-Azië.

De mango is een steenvrucht die, afhankelijk van het ras, van vorm en kleur varieert. De vruchten zijn tussen de 5-20 centimeter lang. Ze hebben doorgaans een asymmetrische, ovale en vaak gekromde vorm met aan het uiteinde een korte, brede tuit. De schil is tot 2 centimeter dik, glad en glanzend. De kleuren variëren hierbij tussen geel, rood, oranje, groen en mengeling ervan. Het vruchtvlees is zeer sappig en zacht wanneer rijp en heeft doorgaans een gele kleur. In het midden van de vrucht zit een afgeplatte houtachtige pit. De smaak en de geur zijn zoet-aromatisch, waardoor de rijpingsgraad kan worden vastgesteld. Hoe zoeter de geur, des te rijper de vrucht.

Mango wordt door zijn zoete smaak in verschillende banketproducten gebruikt. Het combineert daarbij goed met andere fruitsoorten, chocolade en zelfs hartige smaken. Het gebruik van passievrucht brengt bijvoorbeeld meer evenwicht in de zoetbalans.