De naam pectine is afkomstig van het Griekse woord ‘Pectos’, wat ‘gestold’ betekent. Pectine komt vrijwel in elk plantweefsel voor, waarbij jonge planten meer pectine bevatten dan oudere planten. De pectinestoffen vinden zich in de celwanden als bindmateriaal tussen de plantencellen en zijn medebepalend voor de consistentie van het plantenweefsel. Pectine wordt voornamelijk gewonnen uit de schil van citrusvruchten en uit onrijpe appels.
Pectine is verkrijgbaar in vloeibare vorm en in poedervorm. De poedervorm komt vaak ook voor in een mix gespecialiseerd voor verschillende doeleinden. Hier kunnen suikers, zuren en stabilisatoren aan toegevoegd zijn om een consequenter resultaat te behalen. Het hoeft niet geweekt te worden in koud water, zoals bij gelatine nodig is, maar kan direct aan een warme vloeistof worden toegevoegd.
Pectine wordt in de bakkerij veel als verdikkingsmiddel gebruikt, waarbij de bekendste toepassing jam is. De pectine vormt bij verhitting een netwerk samen met het vocht, de suiker en het zuur in het fruit wat zorgt voor de verdikking. Bij fruit dat te weinig pectine bevat, zal dit onvoldoende stevige jam geven. Het toevoegen van extra pectine is dan wenselijk.