Rogge (Secale cereale) behoort net als de overige granen tot de grassenfamilie. Rogge groeit in het wild in Midden- en Oost-Turkije en werd gevonden vanaf de Midden-Europese bronstijd, rond 1800-1500 voor Christus. Het gewas is waarschijnlijk omstreeks het begin van de jaartelling ingevoerd en sinds de middeleeuwen ook hier een belangrijke grondstof voor brood.
In Nederlandse gebieden is rogge gevonden in de laatste fase van de raatakkers in Noordwest-Europa. Dat zijn kleine, min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akkers zoals die vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd als landbouwsysteem werd gebruikt voor de verbouw van primitieve graansoorten als emmertarwe en spelt.
Fijn of grof gemalen roggemeel is de grondstof voor roggebrood en wordt ook gebruikt in onder andere ontbijtkoek, knäckebröd en taaitaai om een voller gevoel te geven. Rogge zwelt in water namelijk op.
Roggebrood wordt gebakken van gemalen of grof gebroken rogge en de kwaliteit van de rogge is van invloed op de kwaliteit van het roggebrood. De lange baktijd geeft roggebrood de donkere kleur en zoete smaak door de omzetting van zetmeel in suiker. Iedere streek in Nederland heeft zijn eigen soort roggebrood met eigen receptuur en baktijd.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag