Een botersmaak komt voor in ijssoorten op basis van melk en/of room. Een botersmaak geeft een vet mondgevoel en maakt dat het ijs zwaarder en machtiger aanvoelt bij consumptie.

Mogelijke oorzaken voor een botersmaak zijn:

  • De compositie is onvoldoende gehomogeniseerd. Homogeniseren zorgt ervoor dat de melkvetbolletjes fijn door de compositie worden verdeeld. Wanneer een compositie niet voldoende wordt gehomogeniseerd, gaan de grovere melkvetbolletjes aan elkaar kleven tijdens het draaien van het ijs, wat kan zorgen voor een boterachtige smaak.
  • De compositie heeft onvoldoende gerijpt. Tijdens het rijpen stollen de melkvetbolletjes en neemt de viscositeit toe. Een goede homogenisatie zorgt ervoor dat de rijpingstijd wordt verkort, omdat dit de melkvetbolletjes verkleint.
  • De slagroom is te ver opgeklopt. Bij parfaits en ijsmousses bestaan uit opgeklopte slagroom waar smaakstoffen aan worden toegevoegd. Deze ijssoorten worden stilstaand bevroren in plaats van gedraaid in een ijsmachine. Bij het te lang opkloppen van slagroom schift de slagroom en ontstaat uiteindelijk boter. Deze botersmaak is zelfs te proeven bij het iets te ver opkloppen. Klop de slagroom voor parfaits en mousses op tot yoghurt-dikte.