Boerenjongens is een oude, typisch Hollandse drank, die vooral op het platteland werd gemaakt en gedronken. Het bestaat uit rozijnen die in brandewijn worden ingelegd waarbij het enkele maanden moet rusten, zodat de smaken goed in elkaar kunnen trekken. Naast boerenjongens bestaan ook boerenmeisjes, waarbij abrikozen in brandewijn werden gelegd om deze te conserveren.

In Groningen en omstreken werden boerenjongens vroeger bij bruiloften in een grote bokaal of zilveren schaal door de bruid geserveerd. Het drankje werd destijds ook bruidstranen genoemd. Er zijn twee verklaringen voor deze tranen. Een is dat de bruid tranen vergoot vanwege het verlaten van haar ouderlijk huis en de onzekerheid van het komende huwelijk. De andere verklaring zegt dat het vreugdetranen waren, waarbij het heffen van het glas vergezeld ging met de wens dat dit de laatste tranen mochten zijn die de bruid in haar huwelijksleven zou vergieten.

De boerenjongens en boerenmeisjes kunnen naast het gebruik als drank, ook door gebak worden verwerkt. Het in alcohol geconserveerde fruit kan door taartvullingen worden verwerkt, terwijl de alcohol als trempeerlikeur dienst kan doen.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag