Colombijntjes zijn luchtige lekkernijen die vroeger voornamelijk in trek waren bij kinderen. Het cakeje werd onder andere gegeten als kraamgebak, waarbij het werd besmeerd met boter en bestrooid met muisjes. Ze zijn vergelijkbaar met eierkoeken, maar hebben door de toevoeging van citroen een frissere smaak. De cakejes zijn eeuwenlang populair geweest, maar zijn na 1950 in de vergetelheid geraakt.

Een van de eerste vermeldingen van colombijntjes stamt uit het jaar 1752. In het kookboek genaamd De Volmaeckte Hollandse Keukenmeid (druk 3), wordt een recept voor colombijnenkoek genoemd. De herkomst van de naam en het product is onzeker. Er zijn theorieën over dat de producten een oorsprong hebben in Italië, waar de traditie bestaat om met Pasen zoete cakejes te bakken in de vorm van duifjes. Of dat het cakeje is vernoemd naar de naam van de ontdekker.

Colombijntjes waren het begin van de 20e eeuw zo populair, dat er een officiële Colombijnenclub bestond, waarbij een vermelding is terug te vinden in het officiële orgaan van de Banketbakkersvereniging in 1937. Rond 1900 werden de cakejes enkele keren per week gebakken door iedere zichzelf respecterende banketbakker, waarbij het een hele kunst was om te voorkomen dat ze zouden uitdrogen.