Voedingsvezels zijn koolhydraten die niet verteerd kunnen worden in de dunne darm. Koolhydraten worden ook aangeduid met de naam sachariden (suikers).

Een koolhydraat is opgebouwd uit 1 (monosacharide), 2 (disacharide), enkele (oligosacharide) of veel (polysacharide) sachariden. Monosachariden zijn bijvoorbeeld glucose en fructose. Voorbeelden van disachariden zijn sucrose (= kristalsuiker), lactose en maltose. Deze koolhydraten kunnen worden verteerd in de dunne darm. De meeste voedingsvezels zijn oligosachariden en polysachariden. Ze bestaan uit dezelfde bouwstenen (koolstof, waterstof en zuurstof) als verteerbare koolhydraten, maar de verbindingen tussen de sachariden zijn anders. Daardoor kunnen de enzymen in de dunne darm voedingsvezels niet verteren en komen ze onveranderd in de dikke darm terecht.

Voedingsvezels zijn een belangrijk onderdeel van gezonde voeding. Ze komen van nature voor in voedingsmiddelen zoals granen, groenten, fruit, peulvruchten en noten. Plantaardige voeding vormt dus de grootste, natuurlijke bron van voedingsvezels.

Voedingsvezels kunnen ook als geïsoleerde stof worden toegevoegd om het gezondheidseffect van een product te verbeteren. Geïsoleerde voedingsvezels zijn dan uit de natuurlijke bron gehaald (geïsoleerd) om vervolgens weer aan een product te worden toegevoegd. Vezels worden ook toegevoegd om een technologische functie te vervullen in een product.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag