Van de tarwekorrel worden verschillende meel- en bloemproducten gecreëerd. Om duidelijkheid te scheppen wordt er grofweg een onderscheid gemaakt tussen meel- en bloemproducten. Tarwebloemsoorten worden in verschillende kwaliteiten aangeboden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen bloemsoorten voor de banket- en broodbakkerij:

Banketbakkerij:

  • Zeeuwse bloem. Ook wel biscuitbloem genoemd. Deze soort wordt gemalen uit (Nederlandse) zachte tarwe en bevat geen hulpstoffen.
  • Banketbloem. Deze soort wordt gemalen uit Europese zachte tarwe en bevat geen hulpstoffen.
  • Banketbloem plus of extra. Deze soort bestaat uit een melange waaraan harde tarwe is toegevoegd waardoor de bloem straffer is en bevat geen hulpstoffen.
  • Korstbloem. Bij korstbloem zijn twee kwaliteiten beschikbaar. De eerste bestaat voor 50% uit harde en 50% zachte tarwe. De tweede soort bestaat grotendeels uit harde tarwe, maar hulpstoffen worden aan beiden niet toegevoegd.

Broodbakkerij:

  • A-bloem. In deze soort zijn grote stukken van de aleuronlaag meegemalen.
  • W-bloem. Deze soort wordt grotendeels van harde tarwe gemalen.
  • Inlandse patent. Deze soort wordt uit een melange gemaald waaraan een hoger percentage harde tarwe is toegevoegd.
  • Amerikaanse patent. Deze soort wordt voornamelijk uit harde tarwe gemalen.