De watermeloen (Citrullus lanatus) is een eenjarig plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae). De plant groeit op de grond, waarbij de takken en grote grijsgroene bladeren zich over de bodem uitspreiden. De plant wordt geteeld vanwege de gelijknamige vruchten die de plant voortbrengt. De plant komt uit Afrika, waarbij deze van oorsprong gedacht wordt uit Egypte te komen. Tegenwoordig groeit de plant wereldwijd in tropische en subtropische gebieden.

Het gewicht van de vruchten is afhankelijk van de soort en varieert van 1 tot 50 kilogram. De schil heeft een lichtgroene tot donkergroene kleur met eventueel strepen. De schil is erg dik en hard en omhult het vruchtvlees. Het vruchtvlees is zeer saprijk, aangezien de vrucht voor 95% uit water bestaat. De kleur van het vruchtvlees is vaak roze tot donkerrood, maar er zijn ook soorten met geel, oranje of wit vruchtvlees. In tegenstelling tot andere meloensoorten bevinden de pitten zich niet op een plaats, maar zijn verdeeld door het vruchtvlees.

Doordat de watermeloen zo saprijk is, is deze minder geschikt om te gebruiken als vulling in brood of ter decoratie van banketproducten. Wel kan het sap gebruikt worden voor bijvoorbeeld sorbet of gelei.