De mandarijn is een citrusvrucht afkomstig van de mandarijnboom (Citrus reticulata) uit het Citrusgeslacht. De mandarijn komt van origine uit China, waarbij de naam waarschijnlijk afkomstig is van de Chinese staatsambtenaren: de Mandarijnen. Tegenwoordig komen mandarijnen voornamelijk uit Spanje, Marokko en Mexico. Het fruit groeit het beste in tropische of subtropische gebieden. Droogte en kou zijn niet goed voor het fruit, al is de boom zelf beter bestand.

De mandarijn lijkt op een kleine sinaasappel, maar heeft een sterkere en zoetere smaak. Het is een kleine, platgevormde, ronde vrucht met een licht tot donker oranje schil. De schil heeft kleine putjes en is relatief dun, waardoor het gemakkelijk te pellen is. De vliesjes die het vruchtvlees omhullen, zorgen ervoor dat de partjes gemakkelijk te scheiden zijn. Binnen de mandarijn zijn er tientallen verschillende rassen bekend. Deze variƫren in smaak, grootte, kleur en het hebben van wel of geen pitten.

Binnen de bakkerij worden voornamelijk de partjes gebruikt, zowel vers als uit blik. Soorten zonder pitten, zoals clementines, zijn zeer geschikt voor het decoreren van gebak. De schil kan worden gekonfijt of als rasp worden gebruikt.