Brood wordt gedecoreerd om het product aantrekkelijker te maken, een ingrediënt in het deeg naar voren te laten komen of om een extra smaak aan het product toe te voegen. Naast het inknippen en insnijden van brood, kan het worden gedecoreerd met verschillende soorten decoratiemiddelen of garneringen.

Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Schroten, vaak van tarwe of rogge.
  • Zemelen, vaak van tarwe of haver.
  • Vlokken, van vrijwel alle graansoorten te verkrijgen en te gebruiken. Enkele voorbeelden zijn vlokken van haver, maïs, tarwe en gerst.
  • Gries, vaak van tarwe of maïs.
  • Bloem, zoals rijstebloem, tarwebloem of roggebloem.
  • Suiker, vaak wordt hier een grove suiker voor gebruikt die tijdens het bakken minder snel oplost en vorm verliest. Met het gebruik van fijne suiker kan een krokante, zoete korst worden bereikt.
  • Kruiden en specerijen. Afhankelijk van het soort kruid of specerij kunnen ze gedroogd, gemalen of vers worden gebruikt.
  • (Grof) zeezout.
  • Kaas.
  • Zaden en pitten, zoals maanzaad, sesamzaad, zonnebloempitten, pompoenpitten en verschillende noten.
  • Groenten en fruit. Groenten worden ook vaak gecombineerd met bijvoorbeeld kaas of kruiden en specerijen gebruikt.