Melkpoeder is ontstaan uit de behoefte om van melk een lang houdbaar product te maken. Door melk een droogproces te laten ondergaan, ontstaat een fijn en roomkleurig poeder. Het voelt krakend aan, is zoetig van smaak, heeft een kenmerkende zoete, roomachtige geur en is hygroscopisch (vocht aantrekkend). Doordat het gedroogd is neemt het, in verhouding tot pakken melk, minder ruimte in beslag, al is de smaak anders dan wanneer melk wordt gebruikt.

In de handel zijn verschillende soorten melkpoeder te krijgen. De meest gebruikte melkpoeders hebben een melkvetpercentage van 24% of 26%. Bij melkpoeder is onderscheid te maken uit de volgende vier kwaliteiten:

  • Vette melkpoeder. Dit bevat een melkvetgehalte van minimaal 41%.
  • Volle melkpoeder. Dit bevat een melkvetgehalte van minimaal 26%, maar niet meer dan 41%.
  • Gedeeltelijk ontroomde melkpoeder. Dit bevat een melkvetgehalte van minimaal 1,5%, maar niet meer dan 26%.
  • Magere melkpoeder. Dit bevat een melkvetpercentage van maximaal 1,5%.

In de bakkerij kan melkpoeder in combinatie met water gebruikt worden ter vervanging van melk. Zo kan het gemakkelijk gebruikt worden in brood, soezen, gele room en consumptie-ijs.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag