De meloen is familie van de komkommer (Cucurbitaceae). Het valt eigenlijk onder de groenten in plaats van fruit, maar wordt voornamelijk als fruit verwerkt vanwege de zoete smaak. Van oorsprong komen de meeste meloenen uit Afrika en Zuidwest-Aziƫ, maar zijn tegen het einde van het Romeinse tijdperk in Europa verschenen. Meloenen groeien het beste in tropische of subtropische klimaten, maar kunnen in Nederland ook onder gecontroleerde omstandigheden in kassen worden geteeld.

Er zijn veel verschillende soorten meloenen te krijgen. Deze grote variatie is ontstaan doordat meloenen zich goed laten kruisen tot andere soorten. Een aantal veel voorkomende meloensoorten zijn:

  • Cantaloupe meloen.
  • Galia meloen.
  • Suikermeloen. Deze meloensoort staat ook bekend als honingmeloen of gladde meloen.
  • Netmeloen.
  • Ogenmeloen.
  • Watermeloen.

Alle meloenen zijn saprijk en hebben een zoete smaak. Tussen de verschillende soorten verschilt de textuur van het vruchtvlees, het vochtgehalte en de aroma’s die samengaan met de zoete smaak. De meeste meloenen zijn geschikt voor het decoreren van producten en het gebruik als basis of vulling in banketproducten.