De uiteindelijke kwaliteit en smaak van roggebrood hangt af van de kwaliteit van de rogge. Een zeer harde buitenlandse rogge zorgt veelal voor een droge kruim. De zachtere inlandse rogge geeft een vochtiger kruim en is zoeter. Meestal worden harde en zachte soorten gemengd voor de verschillende soorten roggebrood waarbij ook het al dan niet toevoegen van gist en/of zuurdesem bepalend is.
Roggebrood zonder gist is onder ander het Friese, Groningse en Amsterdamse roggebrood. Er zijn ook soorten roggebrood met gist en/of zuurdesem en daarin zijn twee typen te onderscheiden:

  • Zoet roggebrood: Brabant, Gelderland en Limburg.
  • Zuur roggebrood: onder andere Gelderland en Limburg.

Iedere streek in Nederland heeft zijn eigen soort roggebrood met eigen receptuur en baktijd, een paar voorbeelden:

  • Brabants roggebrood: half tarwebloem, half rogge, met gist bereid.
  • Fries roggebrood: aangemaakt met geweekt, gekookt, oud roggebrood, zoete smaak.
  • Gelders en Overijssels roggebrood: fijngemalen rogge, met flinke korst, broden tot 12 kg.
  • Gronings roggebrood: deeg wordt eerst in pannen verwarmd, zoete smaak.
  • Haags zoet roggebrood: zoet door toevoeging van stroop.
  • Amsterdams zwart: zeer donker brood.

Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag